King Arthur (2004) - Filmbespreking
Antoine Fuqua (regie), David Franzoni (scenario )
isbn/issn:

King Arthur (2004) - Filmbespreking

(recensie: Maarten van der Werf)

Hoewel de uiteindelijke publicatie op zich liet wachten, nam ik met de recensie van Troy enige tijd geleden het initiatief om, indien relevant, ook filmrecensies aan de recensiebank van het Historisch Huis toe te voegen. In navolging van de fantasyfilm Lord of the Rings begon er, na een lange periode van relatieve afwezigheid, weer met enige regelmaat een historisch epos op te duiken. Blijkbaar was de tijd er rijp voor.

Een van de historische films die nog niet zo heel lang geleden uitkwam was King Arthur van Antoine Fuqua. Zoals de titel suggereert, gaat de film over de legendarische koning, maar Fuqua gooit het over een wat andere boeg dan de meeste andere films die hem en de Ridders van de Ronde Tafel tot onderwerp hebben. De middeleeuws-romantische, mythologische Arthur maakt plaats voor een figuur, die in overeenstemming te brengen is met de bekende geschiedenis van Brittannië.

Er is lang gezocht naar een dergelijke historische Arthur, die de inspiratie zou zijn geweest tot de legende en ook deze film gaat daar - enigszins modieus - van uit. Fuqua heeft gekozen voor een van deze hypothetische Arthurs, ene Lucius Artorius Castus, een Romeinse dux (commandant) uit de tweede eeuw na Christus. Er is niet veel over deze man bekend. Hij was waarschijnlijk wel een Romein, mogelijk uit Campanië, maar wordt daarnaast ook met Sarmatische ruiters in verband gebracht.

De Sarmaten waren een paardenvolk uit de Aziatische steppen, die onder meer in Brittannië als hulptroepen van de Romeinen dienden. In de film is Artorius een officier van een kleine eenheid van deze Sarmaten, in de tijd dat de Romeinse heerschappij over Brittannië ten einde loopt. De Romeinen treffen daadwerkelijk voorbereidingen voor de terugtocht en, loyaal tot het einde, wacht Artorius bij de Muur van Hadrianus tot de laatste karavaan zal vertrekken. Hij is Romeins burger en wil terugkeren naar Rome om verder te leven in de Eeuwige Stad.

Ook de Sarmatische ruiters die hij leidt wachten op het einde ? van hun dienstverband. De mannen zijn vele jaren daarvoor verplicht in dienst getreden van de Keizer, op grond van bepaalde verdragsvoorwaarden tussen hun stam en de Romeinen. Ze vechten voor een vreemde vorst in een vreemd land en willen niets liever dan naar huis. Binnenkort zal een belangrijke gast de documenten komen brengen, waarmee ze in vrijheid zullen worden gesteld.

Natuurlijk loopt het niet zoals verwacht. De belangrijke gast blijkt een bisschop te zijn die de papieren wel bij zich heeft, maar die Artorius en de Sarmaten tot grote frustratie van de laatsten nog één opdracht geeft voordat hij hen in vrijheid stelt. Natuurlijk is die opdracht supergevaarlijk en leidt hij naar allerlei Grote Gevaren, Vreselijke Vijanden en Morele Keuzes. De Ridders, zoals ze zich noemen - en inderdaad, de tafel is rond - nemen de opdracht niettemin aan.

De Ridders trekken de wouden ten noorden van de muur binnen. Hun opdracht is, om een vader en een zoon van een belangrijke familie te zoeken, die een eind het binnenland in een latifundium hebben, een enorme boerderij. Het woud is echter het terrein van de aartsvijanden van de Ridders, de woads, wilde barbaren die zich verzetten tegen de Romeinse overheerser. Echter, de woads vallen niet aan, maar blijven de Sarmatische ruiters deze keer alleen maar volgen. Het blijkt dat hun leider Merlijn ? dat zat erin ? daartoe de opdracht heeft gegeven.

Voor die onverwachte vreedzaamheid is een reden. Als Merlijn en Artorius in conclaaf gaan, blijkt dat een groot Saksisch leger het gebied is binnengevallen. Noch de woads, noch de vertrekkende Romeinen zijn in staat het tegen te houden en daarom zoekt Merlijn een bondgenootschap; hij ziet Arthur als een groot leider en onder zijn aanvoering zullen beide partijen de Saksen misschien wél tegen kunnen houden.

Fuqua verenigt op het scherm wat in feite kenmerkend is voor de geschiedenis van de Britten. Die is verweven met een veelheid aan invallen en overheersingen en dat is moeilijk te verenigen met de ideologische eenheid van de natie, die aanvankelijk Engeland heette maar vervolgens bij extensie Groot-Brittannië vertegenwoordigde, vertegenwoordigt of zou moeten vertegenwoordigen. Veelal zoekt men dan in een ver, oerbrits verleden naar bevestiging van die eenheid en sommige hypothetische historische Arthurs zijn dan gefundenes Fressen, vergelijkbaar met allerlei mystieke rimram rond druïden, runen en Stonehenge.

De scenarioschrijver, David Franzoni (Gladiator) neemt het verhaal van Artorius ter hand, en plaatst het vervolgens in een tijdsgewricht waarin allerlei wegen samenkomen. De Romeinen verlaten Brittannië, maar dat geeft wel de gelegenheid om allerlei Romeinse concepten en intriges in het verhaal te verwerken. Rome is barbaars, decadent en verzwakt, maar is behalve een restant van grootheid ook drager van een bepaalde cultuur van menselijkheid en individualiteit. Daartegenover representeert Rome in de persoon van de bisschop (de Kerk van Rome) tezelfdertijd ook intolerantie en machtsmisbruik.

De Sarmaten hebben in de film ook een bepaalde dubbelrol. Natuurlijk geeft de aanwezigheid van bepantserde ruiters de gemakkelijke mogelijkheid om van deze mannen de ridders te maken waar de mythe om vraagt. Zowel Britten als Romeinen vochten meestal te voet. Maar daarnaast representeren ze nog iets anders: hun aanwezigheid in dat vreemde land illustreert de multiculturaliteit van het Rijk, maar evenzeer de wrede onachtzaamheid waarmee het rijk soms met mensen omging – jarenlang vechten in horigheid, kun je het je voorstellen?

En ook de Britten hebben op dit kruispunt in tijd en plaats hun eigen rol te spelen: aanvankelijk neergezet als spookachtige, moordzuchtige wilden, blijken ze onder leiding van Merlijn een soort nobles sauvages die wel degelijk voor rede vatbaar zijn. Verder in de film komt zelfs Guinevere ten tonele, een prachtige amazone die Artorius weet te overtuigen van de nobele queeste van de Britten: ‘ze willen toch alleen maar hun eigen land terug?’.

En daarmee wordt niet alleen een anachronistisch nationaal gevoel opgevoerd dat toen nooit bestond noch had kunnen bestaan, maar de rolprent verwordt daarmee ook tot een pamflet, waarbij doelbewust of uit winstbejag de geschiedenis wordt misbruikt als drager van een nogal bedenkelijk, kortzichtig chauvinisme. De verhoudingen worden gesimplificeerd tot een eenvoudig zwart-wit, want ieder nationalistisch sentiment heeft tenslotte zijn vijand nodig.

Dus gaan een paar Sarmaten, die uiteindelijk in vrijheid verkiezen te blijven en te sterven, een half-Brits officier - ja inderdaad, Artorius heeft een Britse moeder - en Merlijn en zijn woads de gezamenlijke vijand tegemoet: een enorm Saksisch leger dat moordend en plunderend door Schotland trekt. En dat is de Vijand met de grote V, dus die komt er maar bekaaid vanaf. De karakters zijn zo plat als een dubbeltje: de leider is alleen maar een moordzuchtige boeman met racistische trekjes, die zelfs verkrachting verbiedt om bloedvermenging te voorkomen. Het enige andere karakter, zijn zoon, is alleen maar boos, gewelddadig en gefrustreerd. Geen enkele nuance, geen enkele context, want een Vijand met diepgang is tenslotte uit den boze.

De Saksische manschappen zijn voorts volledig geanonimiseerd. Baardig, in beestenvellen en vooral woest en ongewassen zijn ze doelbewust neergezet als verschrikkelijke barbaarse invallers aan wie al het menselijke vreemd is; de vergelijking met de Orks uit The Lord of the Rings of de mechanische Stormtroopers uit Star Wars dringt zich op.

Het anonimiseren van de invallers gaat zo ver, dat de historische realiteit geweld wordt aangedaan. Alle banieren zijn zwart, terwijl die in wekelijkheid juist dienden om verschillende eenheden te onderscheiden. Ook wat bewapening betreft gaat het mis: de Saksen gebruiken de kruisboog, een wapen dat pas veel later in zwang kwam. De Romeinse soldaten hebben voorts kleding en uitrusting die voor een deel uit een veel eerdere periode stamt en de Sarmatische ruiters zien er geloofwaardig uit, maar ogen toch een beetje fantasie-Oosters. Van historische accuratesse op militair gebied moet je het bij deze film dus ook niet hebben.

Een heel speciaal geval is het volgende: de woads, de Britten dus, gebruiken de lange boog. Leuk, zo’n traditioneel en roemrucht wapen in handen van deze Engelsen avant-la-lettre, maar volkomen onhistorisch: benoorden de Muur van Hadrianus zaten Scothen en Picten, die met Engelsen weinig van doen hadden - laat staan met Welsh, waar de longbow naar verluidt vandaan komt. Mogelijk werd hij wel gebruikt, maar van gebruik door grote, gedisciplineerde eenheden is uit die periode niets bekend. Hier wordt opnieuw de nationalistische kaart gespeeld: ‘kijk ons eens, met onze lange boog! Remember Agincourt!’
Hou me ten goede, King Arthur is uiteindelijk best een leuke film. De spelers zijn goed gecast en spelen zeker niet slecht. Voorts zitten er een paar van mijn favorieten in, met name Ioan Gruffudd (Lancelot), bekend uit de serie Hornblower, en Ray Stevenson (Dagonet) die Titus Pullo speelt in de serie Rome. De film loopt lekker en blijft tot het einde leuk. Toch kan ik het, op grond van het bovenstaande, geen goede film noemen. Dat de pakkies niet kloppen alla, dat er enige vrijheid genomen wordt, het is niet anders. En het is zeker ook aanvaardbaar om, met enig respect voor de werkelijkheid, een zekere boodschap of een zekere filosofie door te laten klinken. In deze film wordt de werkelijkheid echter ondergeschikt gemaakt aan de boodschap en naar believen door elkaar gehusseld en verwrongen. Dat is niet alleen destructief en gevaarlijk, het is ook gewoon onkies.

Maarten van der Werf