Profijtelijke boekskens.
Boekcultuur, geloof en gewin.
Willem Heijting
342 pp, € 29,-
isbn/issn: 978-90-6550-989-5
geillustreerd

Profijtelijke boekskens.

(recensie: Paula Dix-Hertogh)

De zeventien artikelen uit deze bundel omvatten de ontwikkeling van vijf eeuwen boekcultuur. Deze ontwikkeling begint ‘Tussen middeleeuwen en reformatie’ (blz.15-50) en eindigt met ‘De liefde voor het boek en de internetrevolutie’ (blz.297-334). Bindende factor is het spanningsveld waarin de boekcultuur in deze eeuwen verkeert; tussen het religieuze ideaal, de politieke en maatschappelijke realiteit en het geldelijk gewin.
De opkomst van de boekcultuur wordt gekenmerkt door onzekerheid. Er was een beduidend grotere vraag naar gedrukte boeken, maar drukkers wisten hier nog niet goed op in te springen. Het fonds van Gheraert Leeu wordt als voorbeeld aangehaald. Deze ondernemer/ boekdrukker leek succesvol. Ondanks diverse ‘ups en downs’ wist hij zich staande te houden waar anderen al eerder moesten opgeven.
In de onrustige tijd van de reformatie zijn veranderingen aan te wijzen in de boekcultuur; van een mondelinge verkondiging van het evangelie naar het geschreven bijbelwoord. Een nieuwe, individualistische benadering van de religie is in opkomst. Een massale verbreiding van deze ideeën wordt mogelijk dankzij het medium van het gedrukte boek. Dit bestaande beeld wordt genuanceerd door Heijting. Niet alleen dit medium zorgt voor de verspreiding; ook de mondelinge overdracht door Bijbelgroepen (de zgn. conventikels) en bijvoorbeeld rederijkerskamers spelen hierin een belangrijke rol.
Het boek wordt in de zeventiende eeuw ingezet als verspreider van het vroomheidoffensief. De Dordtse Synode van 1618 – 1619 wordt gevolgd door een enorme vloed van publicaties. Maar de Republiek is ook een veilige basis voor andersdenkenden. Ook hun geschriften worden door Hollandse drukkers verspreid.
Vanaf ca. 1830 komen politieke ideeën in zwang die niet uitdrukkelijk stoelen op het religieuze gedachtegoed. Ook hier speelt het boek een rol. In de twintigste eeuw moet het boek zich staande houden tussen allerlei andere media. Internet zorgt nu voor een digitale verspreiding van maatschappelijke standpunten. Juist nu, zo pleit Heijting, zou een heroverweging van het vakgebied aan de orde moeten komen om de boekhistorische discipline levend te houden.

Heijting stelt de vraag aan de orde welke rol de boekcultuur vervult in de verspreiding van nieuwe ideeën. Hij concludeert dat de boekdrukkunst hierin altijd een belangrijke rol heeft gespeeld, maar nooit de enige speler is geweest in het veld van overdracht. Zelfs niet ten tijde van de reformatie; hier ligt het centrale punt toch vrijwel steeds in de dialoog, in het gesprek tussen mensen die de mogelijkheid overwegen om anders over het geloof te denken dan men gewend is. En in de huidige multimediacultuur speelt het boek maar een bescheiden rol tussen vele andere communicatie-mogelijkheden.
Ondanks het feit dat Heijting zelf genoeg lacunes aanwijst in deze boekhistorie levert de bundel toch een goed overzicht van vijf eeuwen boekcultuur. Jammer dat het aspect van geldelijk gewin iets onderbelicht blijft. De opmerking dat er bij de keuze van psalmberijming tussen Datheen en Marnix juist ook het ‘particulier interest’ van de boekdrukker een rol speelt, is verrassend en maakt nieuwsgierig naar andere voorbeelden. Nog een lacune die onderzocht kan worden? Ik zou er graag meer over lezen.

Paula Dix-Hertogh

Trefwoorden: Nederland, 16e-21e eeuw, boekdrukkunst, boekgeschiedenis, religie, kerkgeschiedenis