Als in een spiegel.
Vrede, kennis en gemeenschap op het Antwerpse landjuweel van 1561.
Jeroen Vandommele
407 pp, € 39,-
isbn/issn: 978-90-8704-233-2
Middeleeuwse Studies en Bronnen, 132

Als in een spiegel.

(recensie: Bert Thijs de Jong)

 

Jeroen Vandommele, Als in een spiegel. Vrede, kennis en gemeenschap op het Antwerpse landjuweel van 1561. Hilversum, Verloren, 2011 (Middeleeuwse Studies en Bronnen 132), 407 pp., ill., ISBN 978-90-8704-233-2, € 39,-
 
In de zomer van 1561 organiseerde het toenmalig leidende gilde van rederijkers in Antwerpen, de Violieren, een Landjuweel, zo genoemd naar de zilveren prijzen die de strijdende partijen konden winnen.. Dit evenement maakte deel uit van zes eerder gehouden Landjuwelen in het hertogdom Brabant. Deze ronde aan wedstrijden startte in Mechelen in 1515. Het aan Antwerpen voorafgaande Landjuweel vond twintig jaar eerder plaats in Diest. Het Landjuweel van Antwerpen was de kroon op deze reeks. Rederijkerskamers uit zestien steden streden met elkaar op diverse – door de Violieren vooraf vastgestelde - thema’s. De belangrijkste categorieën waarin de rederijkers elkaar uitdaagden, betroffen het tableau vivant, de intocht van de verschillende bezoekende kamers, de ‘poëtische optochten’ en uiteindelijk de grande finale: het allegorische ‘spel van Sinne’. Naast dit lucratieve en grootse Landjuweel organiseerde Antwerpen het kleinere Haagspel, een competitie voor de minder bedeelde kamers, die te arm of te klein waren om te participeren in het hoofdevenement.
Antwerpen was niet zonder reden gekozen voor deze grootse wedstrijd waarin vijftien kamers elkaar met woord en gebaar literair bestreden. Van een middelgrote havenstad was zij uitgegroeid tot een culturele en economische metropool, een centrum van internationale handel en het middelpunt van boekdrukkunst en wetenschap. In de jaren 1556-1563 bereikte de stad het hoogtepunt van haar culturele en economische bloei. Het landjuweel van 1561 was een uitstekende gelegenheid om haar macht en welvaart te etaleren. Gedurende de tweede helft van de zestiende eeuw droeg Antwerpen de eretitel Antwerpiae Mercatorum Emporium: Antwerpen, de marktplaats van de wereld.
Dankzij de 42-jarige schrijver Willem Silvius weten we minutieus wat er tijdens het Landjuweel gebeurde. In een lijvig, uit twee delen bestaand, werk beschrijft hij alle kamers, optochten en copieuze banketten die tijdens dit meerdaagse feest plaatsvonden. Naast het ooggetuigenverslag is het werk van Silvius verrijkt met fraaie prenten. Dit werk is de basis voor Vandommele’s studie over de Antwerpse Landjuweel. Hij biedt ons een gedetailleerde en zeer inzichtelijke analyse van de beelden en teksten gepresenteerd door Silvius, waaruit blijkt dat met al hun klassieke goden en allegorische personificaties, de deelnemers van het Landjuweel zich niet alleen te buiten gingen aan louter retorische oefeningen, maar ook de belangrijke sociale en economische problemen van het zestiende-eeuwse Brabant aan de kaak stelden.
De hoofdmoot van het boek gaat over de drie thema’s die de rederijkers in hun wedstrijden behandelden, namelijk Vrede, Kennis en Gemeenschap. Het draaide tijdens dit literaire festijn tevens om vier hoofdvragen: ‘kunnen literatuur en kunst de vrede en eendracht in de wereld bevorderen?’; daarnaast ‘hoe komt iemand tot ware zelfontplooiing?’; vervolgens ‘welke kennis is zowel nuttig als deugdzaam om te bezitten?’; en als laatste ‘op welke manier kan een burger de stedelijke gemeenschap het meest van dienst zijn?’. Deze vier vragen werden aan de hand van de drie thema’s behandeld.
Zo werd de Vrede gevierd in de optochten tijdens de entree van de kamers in Antwerpen. Daarnaast werd tijdens de openingsceremonie door de Violieren een spel opgevoerd met dezelfde thematiek. Een langdurige oorlog tussen Spanje en Frankrijk had in grote mate de economie van Antwerpen schade berokkend. De beëindiging van de strijd met het Verdrag van Cateau-Cambresis in 1559 betekende een nieuw begin van economische groei en welvaart. De rederijkers gebruikten hun talenten en manifesteerden zich als “boodschappers van de vrede en de beschermers van de stedelijke harmonie” (pp.55-56).
De sinnespelen vormden bij uitstek het onderdeel in elk Landjuweel dat het beste literaire werk van de deelnemers vereiste. Uit een ingediende lijst van 24 thema’s koos de Raad van Brabant voor het thema ‘Kennis’. Deze lijst geeft inzicht in wat binnen de Antwerpse rederijkersgemeenschap zoal ter discussie stond. Er stonden zowel politieke als economische, intellectuele en (semi-)religieuze kwesties op. Wanneer er gekeken wordt naar deze lijst dan is het niet verwonderlijk dat Margaretha van Parma en kardinaal Granvelle de meeste hebben afgekeurd. Een voorbeeld van een afgekeurd thema: ‘Waer deur dat Roomen tot zoe groote properiteyt quam?’, of: ‘Waer deur men den woecker best zoude mogen extirperen?’. Uiteindelijk werd er besloten tot: ‘Hetwelck den mensch meer verwect tot consten?’ Een redelijk neutraal thema vergeleken met de andere opties. In antwoord op deze vraag onderzochten de verschillende kamers verschillende aspecten van kennis, welke Vandommele samenvat als “kennis als spiegel” (p. 184), vandaar ook de titel van het boek: Als in een spiegel.
Het laatste onderdeel van het Landjuweel betrof de ideale gemeenschap. Al werd dit onderwerp af en toe aangestipt tijdens de andere onderdelen, nu werd het volledig behandeld in de Prologen en tijdens de theatrale competitie van het Haagspel. De hoofdmoot van dit thema besloeg de levensader van de gemeenschap, namelijk de handel. Via dit thema wisten de rederijkers alsnog verboden kwesties aan de kaak te stellen door te verwijzen naar oneerlijke kooplui, woekeraars en andere lieden die zich ten koste van de gemeenschap verrijkten. De ethische koopman en de noeste arbeider bewezen volgens de rederijkers de gemeenschap een goede dienst. Maar de meeste waardering werd, in navolging van Vergilius, gereserveerd voor de boer. Een dergelijk idyllisch beeld van het leven op het land werd door de rederijkers opgeroepen. Mede door deze literaire kunstgrepen classificeert Vandommele de rederijkers als exponenten van de “volkstaal humanisten” (p. 368-9).
De auteur weet soepel de verschillende hobbels die dit soort micro-geschiedenis met zich meebrengt, te ontwijken. Zo laveert hij vakkundig tussen de details door zonder de lijn uit het oog te verliezen. Vandommele heeft met zijn proefschrift een monumentale prestatie geleverd. Als in een Spiegel is een welkome aanvulling op de kennis van de zestiende-eeuwse (Zuid-)Nederlandse gemeenschap en het rederijkersonderzoek.
 
Drs. Bert Thijs de Jong
bertthijsdejong@gmail.com
 
 
Trefwoorden:
Zuid Nederland, Antwerpen, Vroege Nieuwe tijd, Cultuurgeschiedenis, Rederijkers, Humanisme