Soundtrack van de bevrijding
Swingen, zingen en dansen op weg naar vrijheid
Frank Mehring (ed.) (editor)
126 pp, € 19,95
isbn/issn: 978-94-6004-220-1
paperback, geïllustreerd in kleur

Soundtrack van de bevrijding

(recensie: Drs. Gert Jan Grinwis)

 

Frank Mehring (ed.), Soundtrack van de bevrijding. Swingen, zingen en dansen op weg naar vrijheid. Nijmegen, Vantilt 2015; paperback, geïllustreerd in kleur, 126 pp, ISBN 978-94-6004-220-1, € 19,95.
In het voorjaar van 2015 herdacht Nederland dat het zeventig jaar geleden bevrijd werd van de nazi-onderdrukking. En dus konden we via de diverse media al dan niet hernieuwd kennismaken met beelden van toen. Hoewel de bewegende beelden uit die tijd maar zeer zelden samen komen met het oorspronkelijke geluid, toch heeft zich in ons hoofd min of meer een ‘soundtrack’ gevormd. Die soundtrack bevat vooral veel Amerikaanse jazz, vaak uitgevoerd door big bands, zoals die van Glenn Miller. Weinigen zullen zich afvragen of dat inderdaad de muziek was die in de huizen, op straat en in de diverse gelegenheden klonk.
Frank Mehring, hoogleraar Amerikanistiek aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, deed dat wel. Niet alleen vroeg hij zich af welke muziek er geklonken heeft, ook hield hij zich bezig met het hoe en waarom van het in de vergetelheid raken van het repertoire. Overigens gaat het bij dat repertoire vooral om het populaire genre, muziek die voor de gelegenheid gecomponeerd werd, gebruiksmuziek zogezegd. Bij zijn zoektocht naar antwoorden werd Mehring niet in geringe mate geholpen door een collectie van zo’n 300 bevrijdingsliedjes, verzameld door de van oorsprong Nederlandse Hugo Keesing, emeritus Associate Professor aan de University of Maryland (VS) en in 2012 door hem geschonken aan het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 te Groesbeek.
Voor zijn betoog maakt Mehring gebruik van een door de Franse filmtheoreticus Jean Mitry gehanteerde definiëring van het fenomeen filmmuziek. Mitry stelt dat muziek de kracht heeft ons geheugen te herstructureren. Dat is precies wat er is gebeurd met de collectieve herinnering aan de bevrijding. Wat namelijk blijkt, is dat het beeldmateriaal van toen voor het overgrote deel meteen al in studio’s werd voorzien van niet alleen commentaar, maar ook van meestal Amerikaanse big band muziek. Zelfs door Mehring bevraagde mensen die die bevrijding bewust hebben meegemaakt, konden zich niet of nauwelijks iets van het repertoire aan bevrijdingsliedjes herinneren.
Overigens gebruikt Mehring de definitie van Mitry in een ander verband, namelijk door het benadrukken van de rol die muziek kan hebben in het verwerken en herstructureren van de herinnering aan de verschrikkelijke tijd die met de bevrijding werd afgesloten. In de muziek wordt de bevrijding gevierd, de bevrijders bedankt, de liefde en de vrijheid bezongen. Die bevrijding begon met de operatie Market Garden in 1944, maar pas in mei 1945 was het hele land bevrijd. Na de zomer, hooguit met het vertrek van de laatste geallieerde troepen in de lente van 1946, was het momentum voorbij. Men moest immers weer over tot de orde van de dag: het land diende opgebouwd te worden. Er waren nog heel wat problemen te overwinnen.
Dat korte tijdsbestek is tevens de belangrijkste verklaring voor het snel in vergetelheid raken van het repertoire aan bevrijdingsliederen. Daarnaast speelden nog andere factoren een rol. Omdat het om gebruiksmuziek ging, specifiek voor de gelegenheid geschreven, was niet al het materiaal kwalitatief gezien even hoogstaand. Voor de verspreiding van de muziek was het maken van opnames belangrijk, maar het nijpende gebrek aan schellak, grondstof voor de grammofoonplaten van die tijd, maakte het uitbrengen van platen onmogelijk. Trouwens, het ontbrak de mensen simpelweg aan de benodigde middelen om luxeartikelen als grammofoonplaatjes te kopen.
Hoewel het grootste deel van de tekst van de hand van Frank Mehring is, hebben meerdere auteurs een bijdrage geleverd. Zo is er een artikel van de hand van Rense Havinga, conservator van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945. Verder schrijft ook Hugo Keesing over de achtergrond van zijn verzameling. Verder is er nog een interview opgenomen, waarin Anja Adriaans, bijgestaan door Mehring, in gesprek gaat met dhr. Jan Hendriks, destijds als pianist actief in verschillende bands.
Havinga schrijft in zijn bijdrage dat muziek gezien kan worden als een belangrijke historische bron. Dat blijkt ook uit deze publicatie: de muziek, de liedteksten, maar ook de wijze waarop de bladmuziek gepresenteerd wordt, biedt inzicht in hoe de bevrijding gevierd en ervaren werd. De gekozen invalshoek biedt dus een interessant perspectief op de bevrijding. Het is daarom jammer dat vastgesteld moet worden dat er nogal wat haken en ogen aan deze publicatie zitten.
Om te beginnen ontbeert dit boek een overzichtelijke structuur. De verschillende onderdelen van het boek benoemt Mehring aan de hand van muziektermen. Gezien het onderwerp lijkt dat een passende vondst, maar in de praktijk stichten de soms oneigenlijk gebruikte muziektermen alleen maar verwarring. Het eerste deel van het boek, de prelude, opent met een eerste opzet van een oriëntatie op het onderwerp, om dan al snel over te gaan in een persoonlijk getint voorwoord. Een duidelijke, compacte inleiding ontbreekt: er is geen opeenvolging van een oriëntatie, probleemstelling en verantwoording. Tot ver in het gedeelte dat te boek staat onder de titel ‘Eerste suite’ worden nieuwe vragen gesteld, maar welke van die vragen is dan de hoofdvraag? En worden al die vragen ook daadwerkelijk beantwoord? Neen! Een klein deel van de vragen wordt gerecapituleerd in de ‘Coda’, een tekst die met wat goede wil als een aanzet tot een conclusie gezien kan worden. De ‘Coda’, normaliter aan het einde van een compositie te vinden, wordt gevolgd door een ‘Tweede suite’. Vanwege de titel wordt de suggestie gewekt dat het hier gaat om het tweede deel van een tweeluik. Echter, nu volgen, nota bene zonder verdere toelichting, het interview met de heer Hendriks en de teksten van Havinga en Keesing. De ‘Tweede suite’ zou dus gezien kunnen worden als de afdeling met de bijlagen.
De bijdragen van Keesing en Havinga kennen een veel duidelijker opbouw. Sterker nog, de goedgeschreven tekst van Havinga opent met twee pagina’s die onverkort zouden kunnen dienen als inleiding tot het gehele boek. Het is spijtig dat de titel, ‘De soundtrack van de bevrijding tentoonstellen’, niet wordt waargemaakt: met geen woord wordt gerept over de (samenstelling van de) tentoonstelling. Wel biedt de tekst informatie die niet misstaan zou hebben in het eerdere gedeelte van Mehring. Havinga schrijft namelijk over het verloop van de thematiek van de bevrijdingsliedjes. Met dat de geallieerde troepen langer in het land verblijven, keert de publieke opinie zich tegen hen. Vooral de meisjes die met de soldaten aanpappen, kunnen in toenemende mate rekenen op ressentiment. Trees heeft een Canadees, één van de zeer weinige liedjes die wel in het geheugen is blijven hangen, maakt daar ook melding van, zij het nog in vrij milde vorm. Maar andere liedjes, zo leert de tekst van Havinga, komen met forser kritiek. Met dat de soldaten vertrokken zijn, is de bron van deze irritatie verdwenen en bedaren de gemoederen weer. Vanaf dat moment vindt verdere reconstructie van de herinnering plaats: de bevrijding raakt omgeven met “een zweem van nostalgie en romantiek” (p.108).
Verder blijft onduidelijk wat het doel van het boek is. Simpelweg uit het feit dat de conservator van het Nationaal Bevrijdingsmuseum een bijdrage heeft geleverd, blijkt dat er een connectie moet bestaan tussen de tentoonstelling in dat museum en de publicatie van dit boek. Desalniettemin wordt nergens in de tekst van Mehring expliciet een verband gelegd of gewezen op de tentoonstelling. Het kan hier dus moeilijk om een tentoonstellingscatalogus gaan. Alleen uit het dankwoord en de colofon kan worden opgemaakt dat er samenwerking met en ondersteuning van het Nationaal Bevrijdingsmuseum heeft plaatsgevonden.
De website van het Bevrijdingsmuseum, geraadpleegd op 25 oktober 2015, is daarentegen wel duidelijk: “Ter gelegenheid van deze tentoonstelling wordt er tevens een nieuw rijk geïllustreerd boek gepubliceerd, getiteld ‘Soundtrack van de Bevrijding’, auteur prof. dr. Frank Mehring, afd. American Studies, Radboud Universiteit Nijmegen.”
Eveneens valt moeilijk te achterhalen welke doelgroep Frank Mehring voor ogen had. Gezien de gebruikte lay-out, de vele illustraties in kleur, de bijgevoegde CD met daarop liedjes van toen op moderne, populair uitgevoerde wijze, oftewel de presentatie, wordt het vermoeden gewekt dat een breed publiek aangesproken wordt. Of deze opzet is geslaagd is, valt te betwijfelen. Het gebrek aan structuur is al weinig bevorderlijk voor de leesbaarheid, maar ook de vele herhalingen, de overbodige informatie die uiteindelijk geen rol speelt in het betoog en de nogal ingewikkelde analyses waarmee de tekst af en toe gelardeerd wordt, bewerkstelligen ongetwijfeld dat een zeker deel van dat ogenschijnlijk beoogde brede publiek vroegtijdig zal afhaken. Ook de bijgevoegde CD zal dat niet kunnen voorkomen. De aansluiting tussen de CD met de liedjes en de tekst van het boek ontbreekt namelijk. Maar vijf van de dertien tracks komen in het boek aan de orde.
Het totale gebrek aan duidelijkheid en structuur in dit boek brengt met zich mee dat pas na lezing vastgesteld kan worden wat nu precies de bedoeling van Frank Mehring is geweest. En zelfs dan blijft het gissen. Een deel van de onduidelijkheden en verwarring (zoals over het gebruik van muziektermen) valt wellicht terug te voeren op het feit dat het Nederlands voor Mehring niet als moedertaal geldt. Een goede redactie had in dat geval uitkomst kunnen bieden. Het kan niet anders dan dat het boek in grote haast is samengesteld en ter perse gegaan. De website van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 leert dat het boek beschikbaar was vanaf 24 april 2015. Het dankwoord is gedateerd april 2015. De CD is opgenomen in maart 2015. Waarschijnlijk is het idee om ook een boek uit te brengen in het jaar waarin 70 jaar bevrijding van Nederland herdacht werd, vrij laat ontstaan.
Drs. Gert Jan Grinwis
gertjangrinwis@hotmail.com
Trefwoorden: Nederland, Tweede Wereldoorlog, Bevrijding, Liederen