Cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief
Jaarboek De Zeventiende eeuw 2018
`Djoeke van Netten (red.) (redactie)
119 pp, € 25,-
isbn/issn: 978-90-8704-754-2
geïllustreerd in kleur

Cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief

(recensie: Saskia Wubbolts-de Boer)

 Cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief, Jaarboek De Zeventiende Eeuw 2018, (Hilversum, Verloren, 2018), 119 blz., kleur geïllustreerd, ISBN 978-90-8704-754-2, €25,-

 
Een spannend onderwerp heeft dit tweede jaarboek De Zeventiende Eeuw: geheime praktijken, secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw. Lezen hoe vierhonderd jaar geleden werd gekonkeld, dat is natuurlijk interessant. In het inleidende artikel van Djoeke van Netten (1Geheime praktijken?! Zeventiende-eeuwse geheimen en waar ze te vinden’,  blz. 9 -20) wordt deze fascinatie verwoord: ‘ De beste manier om aandacht te krijgen, is roepen dat je een geheim gaat verklappen’ (blz. 9).
 
            En er worden in dit jaarboek in zes artikelen heel wat geheimen verklapt: van de geheime correspondentie van raadspensionaris Johan de Wit via de geheimhouding rond de missie van Michiel de Ruyter tot de corrupte praktijken van baljuw Andries van Dinther. Als er iets blijkt uit dit jaarboek dan is het wel dat het heel moeilijk is een geheim te bewaren: alle ‘geheimen’ in dit boek zijn uiteraard uitgelekt – anders zou een onderzoek ernaar en een artikel erover immers onmogelijk zijn. Het gaat dan ook eigenlijk meer om exclusieve kennis: kennis die met maar een paar mensen wordt gedeeld of een tijd lang achter slot en grendel ligt in een archief.
 
        De historicus Daniël Jutte schrijft in zijn boek The age of secrecy dat juist de vroegmoderne tijd een periode is vol geheime kennis. Discretie wordt gezien als een belangrijke eigenschap. De start van de Verlichting, met de nadruk op het delen van kennis, zou het einde betekenen van deze ‘age of secrecy’. Djoeke van Netten noemt in haar artikel verschillende voorbeelden die de zeventiende-eeuwse fascinatie met geheimen aantonen, zoals de secreetboeken van alchimisten vol recepten en de vele sluiers, gordijnen en dichte deuren op schilderijen.
 
      In het artikel ‘Werkplaatsgeheimen en boeken van openbaring’ van Arjan van Koomen (blz. 41–65) staat te lezen dat de kunstenaars het geheim houden tot kunst verhieven. Ze hielden hun werkplaatsen gesloten. Pas als er betaald was voor de opleiding werden de kneepjes van het metier gedeeld met een leerling en zo ‘bleven geheimen geheim’ (blz. 43). Dikwijls moest bij toetreding tot een gilde ook een eed tot geheimhouding worden afgelegd, om het vak exclusief te houden. Schilders als Jan van Eyck en ook Rembrandt kozen ervoor om hun methodes af te schermen – waardoor Rembrandts methode om etsen te bewerken met hem mee het graf is ingegaan. Bij het lezen van al de pogingen tot geheimhouding (bij de Chinese porselein-industrie stond de doodstraf op de verbreiding van het productieproces en de glasschilders van Venetië werden gevangen gezet op het eiland Murano) vraag je je als lezer af waarom kunstenaars akkoord gingen met de draconische maatregelen.
 
     Het tweede deel van het artikel van Arjan van Koomen gaat over een tegengestelde beweging: de publicatie van kunsttraktaten die allerlei ‘vakgeheimen’ zou delen met de lezer. Van Koomen maakt aannemelijk dat de opkomst van academies en de nieuwe wetenschappelijke belangstelling in de vroegmoderne tijd het verspreiden van kennis mogelijk maken. Het artikel is een goed voorbeeld van het aanbod in dit jaarboek: Van Koomen mengt de smeuïge verhalen en voorbeelden van geheimhouding met een beschouwing over kennis en wetenschap in de zestiende en zeventiende eeuw. Het leest goed weg, wel moet de lezen zich door een aanzienlijke hoeveelheid namen heen werken.
      De meester van geheimen in de zeventiende eeuw moet wel Johan de Wit zijn geweest. In het jaarboek speelt hij de hoofdrol in zowel ‘Cijferschrift en spionage’ van Ingmar Vroomen en Lidewij Nissen  (blz 21 – 39) als ‘They of Holland have tricks wherby to do things’ van Jan Daalder (blz 67 – 82). De artikelen vullen elkaar aan - het was misschien aardig geweest daar nog wat mee te doen. Johan de Wit stuurt brieven in cijferschrift (waarvan de sleutel gelukkig bekend is) naar zijn ambassadeur in Engeland. En tegelijkertijd wil hij verborgen houden voor Engeland dat hij Michiel de Ruyter naar West-Afrika stuurt om forten te heroveren. Geheimen bewaren is niet makkelijk in de Republiek met de vele facties en belangen maar Johan de Wit krijgt het voor elkaar. ‘Cijferschrift en spionage’ vertelt over de daadwerkelijke aanpak van het versturen van geheime informatie en het artikel van Jan Daalder over West-Afrika gaat meer over de specifieke zaak rond Michiel de Ruyter. Zijn de brieven over Michiel ook in cijferschrift? Die vraag blijft onbeantwoord.
 
      De artikelen over de corruptie van Andries van Dinther en over het onbekend gebleven gedicht van Lambert van den Bosch zijn van een heel ander kaliber. Hier gaat het niet om geheimen maar meer om ‘ onbeschreven regels’ en ‘onbekende kunst’. Het past wellicht binnen de interdisciplinaire aanpak die wordt nagestreefd in dit jaarboek maar het maakt wel dat de lezer een brede definitie van het woord ‘geheim’ moet hanteren. Geheim kan dus ook betekenen ‘ niet opgeschreven, niet erkend – totdat iemand daar het tegendeel over beweert’. Andries van Dinther gaat er vanuit dat hij vanwege zijn status (die dan onbeschreven privileges met zich mee zou brengen) zich ongestraft mag verrijken en zichzelf de titel ‘ graaf van Beijerland’ mag toe-eigenen. Daar zijn zijn onderdanen het niet mee eens. Het verwijt dat hij ook getrouwde vrouwen zou verleiden en met ‘een bepaalde dame achter een boom zat’ (blz.89) moet extra duidelijk maken van Van Dinther ongeschikt zou zijn als bestuurder. Hij wordt geschorst. Tegelijkertijd wordt in het artikel duidelijk dat het vervolgen van Van Dinther vooral wordt voortgezet omdat zijn politieke tegenstanders zich van hem willen ontdoen. Roddel en achterklap, ongeschreven regels en gebrek aan machtige vrienden worden Van Dinther fataal. Dit verhaal zou toch ook zo maar in de eenentwintigste eeuw gesitueerd kunnen zijn. Juist het herkenbare van al deze verhalen maakt dit jaarboek tot een plezier om te lezen.
 
Drs. Saskia Wubbolts-de boer
fraskia@xs4all.nl
 
Trefwoorden: Nederland, Republiek, 17e eeuw, Cultuurgeschiedenis
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
S. Wubbolts- de Boer
fraskia@xs4all.nl
 
Trefwoorden: Nederland, 17e eeuw, diplomatie, de Republiek, Johan de Wit, politieke geschiedenis, kunstgeschiedenis, literatuurgeschiedenis, spionage, corruptie, regenten, Gouden eeuw