Lopend vuur
Hoe de Amerikaanse Revolutie de wereld in vlam zette, 1775-1848
Jonathan Israel (vertaald door Arend Smilde)
823 pp, € `59,50
isbn/issn: 978-90-5194-554-6
geïllustreerd in kleur en Zwart/wit

Lopend vuur

(recensie: Han C. Vrielink)

 

Jonathan Israel, Lopend vuur. Hoe de Amerikaanse Revolutie de wereld in vlam zette, 1775 – 1848, Franeker, Uitgeverij Van Wijnen, 2020, 823 pp., geïllustreerd in kleur en zwart/wit, ISBN 978-90-5194-554-6, € 59,50.

 In juni van dit jaar verscheen bij Van Wijnen deze vertaling van The Expanding Blaze. How the American Revolution Ignited the World (Princeton, 2017). Het zeer omvangrijke werk is door Van Wijnen prachtig uitgegeven, net als de andere werken van Israel: Radicale Verlichting, Verlichting onder vuur, Democratische Verlichting, Revolutionaire Ideeën en niet te vergeten De Republiek 1477 – 1806, het meesterwerk dat de geschiedenis van de Zeven Verenigde Nederlanden beschrijft.

 De vertaler van Lopend vuur wordt, vreemd genoeg, niet genoemd. Maar dat is dan ook mijn enige punt van kritiek. Herstel: hij wordt op p. 4 genoemd, Arend Smilde

 In Lopend vuur toont Jonathan Israel zich opnieuw een uitermate erudiet geleerde. De enorme hoeveelheid aan zeer gevarieerde bronnen en secundaire literatuur die hij (ook) voor dit werk heeft doorgespit, grenst aan het ongelofelijke. Toch is het een heel leesbaar boek dankzij de heldere en boeiende stijl. En daarmee is het óók voor de geïnteresseerde leek een aanrader.

 Israel beschrijft in Lopend vuur het proces van de revolutionaire beweging in vele delen van de wereld in het tijdperk 1775 – 1848 en hoe het Amerikaanse voorbeeld daar een wereldwijde invloed op uitoefende. Hij breekt dan ook een lans voor de herwaardering van de bekende ‘Palmer-these’ – volgens welke aan de wording van de democratische moderniteit een gemeenschappelijke ‘Atlantische Revolutie’ ten grondslag lag [in: R.R. Palmer,The Age of Democratic Revolution: A Political History of Europe and America, 1740 - 1800].

 Lezers van Israels werken over de Verlichting zullen bekend zijn met zijn these dat een radicale intelligentsia, allereerst in Europa, een ‘revolutie van het denken’ tot stand bracht, die de noodzakelijke voorwaarde vormde voor de latere politieke revolutie. Niet de sociale en economische omstandigheden, maar de ideeën van de denkers der Radicale Verlichting zijn volgens Israel bepalend geweest voor de politieke revolutie, een these die weliswaar aangevochten is, maar die hij met een overvloed aan bronnen meer dan aannemelijk maakt.

 De radicalen in Europa beschouwden de Amerikaanse Revolutie als een nieuwe fase van het Verlichtingsproces, dat door henzelf in gang gezet was. Amerika was voor de Europese radicalen ‘het voorbeeld in de verte’. Het land leverde het bewijs dat het Ancien Régime metterdaad vervangen kon worden door een republikeins, egalitair en democratisch stelsel, gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (…that all men are created equal) en mensenrechten. Dat wakkerde de hoop aan en sterkte de overtuiging dat het uur der vrijheid had geslagen.

 Het belang van het boek is tweeledig. Allereerst toont Israel in de hoofdmoot van Lopend vuur aan dat de maatschappelijke, culturele en ideologische invloed van de Amerikaanse Revolutie op de rest van de wereld fundamenteel was voor de wijze waarop daar de democratische moderniteit vorm kreeg.  

Daarna volgt een werkelijk grandioos deel van deze studie waarin de auteur uitvoerig, diepgaand en toch helder de sterke stroming behandelt die opkwam in Amerika om de Verlichting te beteugelen en het democratiseringsproces min of meer tegen te houden. Deze tegenbeweging kwam voor het eerst aan de oppervlakte toen de verschillende staten hun constituties opstelden. Daarin, zo bleek, werd veel meer de positie van de nieuwe ‘aristocratie’ en het religieus gezag benadrukt. De staatsconstituties vormden op allerlei punten een tegenstelling met de onafhankelijkheidsverklaring. De samenstellers van de verschillende staatsconstituties bleken weinig of niets te voelen voor het gelijkheidsbeginsel en de democratisering en ze wilden al helemaal niets weten van burgerrechten voor de zwarten.

 Toen de Contra-Verlichting in Amerika voet aan de grond kreeg, werd het de radicalen in Europa duidelijk, dat de visie die men op de Amerikaanse Revolutie en haar democratische karakter had gehad, te optimistisch was geweest. Te veel had men de kijker gericht op de grote radicalen als Thomas Jefferson, Tom Paine en James Monroe. Daarbij had men de andere groep onder leiding van George Washington, John Adams en Alexander Hamilton min of meer over het hoofd gezien of onderschat. Die groep vocht wel degelijk vol overtuiging voor de onafhankelijkheid en de republiek, maar voelde weinig tot niets voor de democratisering die Jefferson cum suis voorstonden. Die ging deze ‘aristocraten’ veel te ver.

 De controverse tussen de aanhangers van de Radicale Verlichting onder leiding van Jefferson en hen die meer de Gematigde Verlichting voorstonden, met onder andere John Adams, liep hoog op door de mislukking van de Franse Revolutie. In dat strijdgewoel ging ‘de geest van ‘76’ ter ziele.

 Naast de radicale en de gematigde aanhangers van de Verlichting kwam een derde stroming op, die van de populistische tegenstanders van Verlichting, democratische moderniteit en emancipatie.  

 Terecht besteedt Israel ruim aandacht aan de gebeurtenissen in Europa en Amerika in de jaren 1815 – 1848. In Europa bleef na de Restauratie en de grotendeels mislukte revoluties van 1830 en 1848 weinig over van de idealen van de Radicale Verlichting. Het streven naar een democratische republiek, gebaseerd op gelijkheid, mensenrechten en de uitbanning van religieus gezag, doofde uit.

 Alleen al de beschrijving van de tragische ondergang van de democratische bewegingen in Europa maakt het boek tot een must.  Israels exposé van de gebeurtenissen in Amerika en Europa in die jaren is briljant.

 Ook in Amerika zijn het de jaren van de teloorgang van het democratisch republicanisme en het gedachtegoed van de Radicale Verlichting.  ‘De geest van ‘76’ werd verjaagd door een fanatiek nationalisme gebaseerd op anti-Verlichte sentimenten (p. 717). Onder meer door de zogenaamde Know Nothing- beweging.

 In de jaren 1850 schreef een teleurgestelde Abraham Lincoln, dat als die Know Nothing-beweging aan het bewind zou komen, hij zou emigreren ‘naar een land waar men geen pretentie van vrijheidsliefde voert – naar Rusland bijvoorbeeld, waar despotisme in pure vorm verkrijgbaar is, zonder hypocriete bijmengsels’ (p. 718).

 Han C. Vrielink

 jcvrielink@planet.nl

Trefwoorden: Verenigde Staten, 18e en 19e eeuw, Palmer-these, Amerikaanse Revolutie, Onafhankelijkheidsverklaring, Thomas Jefferson, John Adams, democratisch republikanisme.