Op dood spoor
het drama van de Pakan Barroe spoorweg 1943- 1945
Henk Hovinga
320 pp, € 48,50
isbn/issn: 97899051943641
in kleur geïllustreerd

Op dood spoor

(recensie: Saskia Wubbolts-de Boer)

Op dood spoor is de vijfde en geheel herziene druk van het boek Dodenspoorweg door het oerwoud dat verscheen in 1976. Henk Hovinga vertelt hierin het verhaal van de aanleg van de Pakan Baroe spoorweg op Sumatra. Tussen 1943 en 1945 zwoegden en stierven Nederlandse krijgsgevangenen en Javaanse dwangarbeiders (romusha’s) in de jungle bij de aanleg van een spoorlijn voor de Japanse overheersers.

Hovinga blijft ook na 1976 zoeken naar nieuwe ooggetuigen, documenten en foto’s waarmee hij het verhaal in Op dood spoor nog completer wil maken. Hij voegt aan het begin een hoofdstuk toe over de torpedering van schepen zoals de Junyo Maru die arbeiders en krijgsgevangen naar Sumatra moesten brengen.

In twaalf hoofdstukken schetst Op dood spoor het verschrikkelijke verhaal van de Pakan Baroe spoorweg. De hoofdstukken zijn chronologisch geordend, waarbij Hovinga begint met de torpedering van de Junyo Maru en de dood van vele van de gevangenen, en eindigt met de chaotische en gevaarlijke tijd na de bevrijding. In tussenliggende hoofdstukken als ‘slaag en stijfsel’ en ‘maden met sambal’ vertelt Hovinga over de omstandigheden in het kamp. De verhalen zijn zonder uitzondering aangrijpend en maken duidelijk hoezeer de dwangarbeiders moesten lijden. Door de opzet van het boek ontstaat enige overlap. In bijna alle hoofdstukken vormen ooggetuigenverslagen van strafexercities, sterfgevallen, ziektes en honger de hoofdmoot. Voor eenieder die interesse heeft in Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog vormt dit boek een waardevolle bron van informatie. Wel is het lezen van Op dood spoor zwaar– het beschreven lijden maakt indruk.

Het sterkste punt van Op dood spoor is de diepgang van het gedane onderzoek. Het verhaal leest als één groot ooggetuigenverslag. Hovinga ziet kans de vele verhalen samen te smeden tot een lopend geheel. Het is wel lastig om te doorzien waar ooggetuigenverslagen eindigen en Hovinga zijn eigen verhaal vertelt. Bovendien heeft de auteur duidelijk een boodschap: het verhaal van de Pakan Baroe spoorweg mag niet vergeten worden. Deze doelstelling kleurt het boek en heeft er wellicht mede toe geleid dat Hovinga geen van de ooggetuigen heeft willen overslaan.

Het laatste hoofdstuk is een essay over de spoorweg na het einde van de Tweede Wereldoorlog. De lijn is nooit in gebruik genomen en de tastbare bewijzen verdwijnen langzamerhand. Ook de graven van de dwangarbeiders zijn opgenomen in de jungle. Hovinga presenteert cijfermateriaal over de sterftecijfers in de kampen rond de Pakan Baroe spoorlijn. Onder de Nederlanders, Britten en Australiërs lag het cijfer rond de 2500, ongeveer 37% van de ingezette gevangenen. Vele malen hoger is het sterftecijfer onder de Javaanse romusha’s. Na archiefonderzoek concludeert Hovinga dat ongeveer 82.500 romusha’s de dood vonden op Sumatra. De verantwoordelijken voor al dit leed werden soms gestraft maar velen verdwenen na 1945 van het toneel zonder dat ze zich hoefden te verantwoorden voor hun daden bij deze spoorlijn.

Het boek wordt besloten met onder andere een notenapparaat, personenregister en een indrukwekkende lijst van archiefbronnen zoals oorlogsmemoires, kamprapporten en opsomming van geïnterviewden. De bronnen onderstrepen Hovinga’s grondigheid nogmaals. Bij het boek hoort een DVD met een documentaire over de spoorlijn die Hovinga maakte voor de Evangelische Omroep. In deze documentaire komen overlevenden aan het woord en wordt het verhaal van Pakan Baroe gereconstrueerd.

Drs. S.E. Wubbolts- de Boer

Trefwoorden: Indonesië, Tweede Wereldoorlog, Japanse bezetting, Sumatra, Pakan Baroe spoorlijn, Dwangarbeiders