Mercator
De man die de aarde in kaart bracht
Nicholas Crane
364 pp, € 36,90
isbn/issn: 90-7634-150-8

Mercator

(recensie: Dirk J. Tang)

In 2002 publiceerde Nicholas Crane een biografie over Gerard Mercator (1512-1594). Het is het derde boek van een trits boeken met 'een cartografische intrige'. De eerste twee boeken beschrijven respectievelijk een tienduizend kilometer lange voetreis langs de continentale waterscheiding van Europa en plaatsen en mensen langs de nulmeridiaan in Groot-Brittannië Voor zijn Mercatorboek, dat in 2003 in de Nederlandse vertaling verscheen, deed Crane geen nieuw bronnenonderzoek maar baseerde hij zich uitsluitend op secundaire literatuur.

In de biografie probeert hij het leven van Mercator van zijn geboorte tot zijn dood te plaatsen in de tijd dat zich binnen Europa grote politieke, theologische en filosofische veranderingen voltrokken. Dat doet Crane nogal uitvoerig zodat er allerlei gebeurtenissen aan de orde komen waarvan de relatie met Mercator niet meteen te herkennen is. Daarbij komt dat hij zijn biografie het karakter van een roman heeft gegeven. In het boek zegt, denkt of doet Mercator dingen die hij wellicht feitelijk heeft gezegd, gedacht of gedaan. Het probleem daarbij is natuurlijk dat we dat niet zeker weten en slechts de fantasie van de auteur hebben om ons aan vast te houden. Dat weet Crane natuurlijk ook wel en hij heeft geprobeerd dat op te lossen door zijn tekst te voorzien van wel erg veel 'misschiens en wellichts. Het is niet het enige dat afleidt van de hoofdzaak. Ook zijn beschrijvende taalgebruik heeft een wijdlopig en archaïsch karakter. Dat heeft tot gevolg dat het boek zeker geen 'pageturner' is en de eerste hoofdstukken enige vasthoudendheid vergen als de lezer vertrouwd wil raken met de gekozen schrijfwijze.

De auteur deelt ons in de inleiding mede dat hij het schrijven van dit boek een 'deemoedigende ervaring' vond. Dat zou dan zijn gekomen doordat hij zich 'binnen de aura [van Mercator] heeft gewaagd'. Onduidelijk is wat je daar als lezer mee moet.

In zijn beschrijvingen van landschappen, voorvallen en gebeurtenissen leeft Crane zich duidelijk uit. Zo heb ik me nooit gerealiseerd dat ik woon in 'een modderig rivierlandschap' en toch is dat de beschrijving die Crane geeft van de lage landen. Dat de Schelde op sommige plekken een flinke rivier is, staat buiten kijf maar het predikaat 'onmeetbaar verdient de rivier niet. Stadspoorten worden altijd voorzien van het adjectief gewelfde' (alsof er stadspoorten zouden zijn zonder zo'n voorziening). Toen de ouders van de toekomstige Gerard Mercator 'naar de zee togen' passeerden ze 'vennen met stilstaand water. Daarvan kun je toch, zonder enige reserve, zeggen dat dit nu juist essentieel is bij vennen. Vennen met snelstromend water bestaan niet! Na een tijdje lezen ga je onbewust wachten op een beschrijving van 'natte regen'. Terwijl ze op weg zijn naar zee maken de ouders ook nog van alles mee zoals: 'toen de zandpaden in klei overgingen begonnen torenspitsen in de lucht te priemen'. Aanvankelijk dacht ik dat de vertaler een loopje had genomen met zijn mooie werk en naar hartelust kreupel Nederlands had gebruikt. Dat bleek echter niet het geval. Ook in de originele Engelse tekst struikelt de lezer over 'when the sandy tracks gave way to clay'. Gaandeweg begon ik steeds meer bewondering te krijgen voor de vertaler die 'iets' moet zien te maken van 'black-eyed canons'. Dat worden dan zwartogige kanons' en dat is een vertaling die de spellingscontroleur van het Wordprogramma niet aankan.

Crane heeft naast een cartografische fascinatie ook iets met graanprijzen. Vooral de prijs van rogge keert steeds terug als een indicator van de economische stand van zaken in dit deel van de wereld. Een andere fascinatie lijkt de 'eenvoudige afkomst van Mercator te vormen. Vader Mercator was schoenmaker. Toen - net als nu - een nuttig een eerzaam beroep waar niets mis mee was en is. Toch vindt Crane het noodzakelijk dat feit bij herhaling te noemen en te omschrijven als een nobel en mysterieus vak'. Helemaal bont maakt hij het als hij schoenmakers beschrijft als eenlingen' die net als herders een meditatief leven leiden. Ja zeg, kom nou!

Als we al deze nutteloze en irritante toevoegingen buiten beschouwing laten, blijft er een aardig boek over. Een boek waarin Crane netjes nog eens al de bekende feiten over het leven van Gerard Mercator heeft overgeschreven. Dat waren overigens feiten die grote invloed hebben uitgeoefend op de ontwikkeling van de cartografie en het beeld van de wereld. Crane verhaalt hoe de toekomstige ouders de economische misère in het Rijnland ontvluchtten en in Rupelmonde belandden. Daar leefde een broer van vader Mercator in een klooster. Na de geboorte van Gerard vertrokken ze weer naar Gangelt en beleefden ze onderweg opnieuw allerlei avonturen. Uiteindelijk kreeg Gerard, dankzij bemiddeling van de oom, de kans om via Den Bosch en Leuven een wetenschappelijke opleiding in Antwerpen te volgen. Hij raakte er echter geïnteresseerd in de cartografie, gaf zijn studie op en werd in de ogen van één van zijn belangrijkste concurrenten, Abraham Ortelius, 'den besten Geographum onses tijts'.

Aan Mercator danken we een aantal belangrijke cartografische vindingen. De belangrijkste is de naar hem genoemde 'Mercatorprojectie, een methode om de ronde vorm van de aarde over te brengen op het platte papier van een kaart. Er werden ook andere praktische toepassingen door hem geïntroduceerd. Toepassingen die we vandaag als volstrekt logisch ervaren, maar die het lange tijd niet zijn geweest. Mercator was de eerste die er naar streefde om de alsmaar groeiende stroom geografische informatie die Europa bereikte te standaardiseren. Dat deed hij door zijn kaarten steeds op dezelfde schaal te tekenen zodat zij onderling vergelijkbaar werden. Hij stuitte daarbij op een probleem. Omdat de kaarten steeds meer gedetailleerde informatie bevatten dreigde het kaartbeeld verstopt te raken met plaatsnamen en andere duidingen. Mercator ontwikkelde een nieuw helder font (lettertype) dat beter leesbaar was dan het tot dan gebruikte Gotische lettertype. Daarnaast introduceerde hij hiërarchie in de duidingen. Landennamen werden groter geschreven dan de namen van steden en die op hun beurt weer groter dan die van dorpen.

Zijn grootste project, een kosmografie, waarin hij poogde om alles wat bekend was over hemel en aarde compleet met een chronologie van alle gebeurtenissen in de wereld te bundelen heeft hij niet kunnen afronden. Wel verscheen een jaar na zijn dood in 1595 een ander meesterwerk met de titel: Atlas sive cosmographicae meditationes de fabrica mundi et fabricati figura.

De lengte van de titel deed recht aan de poging van de ontwerper om zoveel mogelijk informatie te bundelen. De verkoop van het omvangrijke werk viel tegen. De publicatie had echter een bijeffect dat veel belangrijker zou worden dan de verkoopcijfers. Het woord atlas werd voor de eerste maal gebruikt en zou voor altijd de duiding worden voor een cartografische standaard.